Biografieën toneelauteurs

Handige info om te gebruiken in uw programmablad.

Pol Anrys

Met 60 gezelschappen per seizoen, die een van zijn toneelstukken opvoeren, is Pol momenteel de meest gespeelde toneelauteur in het amateurtheater in Vlaanderen! Er zijn minder toneelverenigingen die de voorbije 20 jaar nog geen stuk van Pol hebben gespeeld dan groepen die dat wel al deden. 
Pol is geboren op 04/11/57 te Gent, gehuwd, vader van vier kinderen en beroepshalve preventieadviseur. Hij is actief in toneelkring 'Levet Scone,' Wilsele (Leuven), van ’80 tot ’90 als acteur, van ’90 tot op heden als regisseur in eigen kring en in diverse kringen in en rond het Leuvense en was voorzitter van Levet Scone van 2003 tot 2012.

Als acteur stak hij veel op van de verschillende regisseurs die in zijn kring de revue passeerden en leerde hij ook heel wat toneelstukken kennen door ze zelf te spelen of te zien bij andere kringen in amateur -of beroepstheater.

Hij volgde een aantal kleinere opleidingen tot regisseur, bij diverse federaties die nu samen “Opendoek” vormen, en is met het idee beginnen te spelen om zelf een stuk te schrijven, omdat hij als regisseur van het kindertoneel op zoek was naar een degelijk stuk voor kinderen, wat niet altijd zo evident was en is.

In ’98 volgde hij dan een jaar opleiding “Toneel schrijven” bij Ed Vanderweyden, zelf toneelauteur en ook Script Editor bij de VRT voor verschillende feuilletons.

Lode Ansoms

Hij zag "het levenslicht,” zoals men dat zo mooi zegt, op 8 januari 1938 in Loenhout, een deelgemeente van Wuustwezel en is veel te vroeg overleden op 29 juni 2010. In de Noorderkempen groeide hij op, en zette er zijn eerste stappen op het podium. Die eerste stapjes waren schuchtere pogingen bij de KSA. Enkele jaren later fladderde hij al rond bij de toneelkring van de fanfare St. Lucia. Daar ontdekte hij "de vrouwen.” T.t.z: de opkomst van de vrouwen in het theater werd er al algemeen aanvaard. In die tijd was hij de trotse bezitter van wat de meisjes noemden "een leuke, bevallige  kop.” Hij werd tot "jeune premier" gebombardeerd en dartelde over de scène. Omwille van zijn job (computerprogrammeur bij een grote financiële instelling) verhuisde hij na zijn huwelijk naar Mechelen. Van theater was in het begin geen sprake meer. Eerst wat kindjes kopen (2 meisjes, 2 jongens) en zijn vrouwtje gelukkig maken, zoals van hem werd verwacht. Maar de toneelmicrobe kreeg hem weer te pakken. Hij sloot zich aan bij een Mechelse amateurkring en was weer in de waggel. Ontelbare rollen gespeeld, geregisseerd. Maar ergens in het achterhoofd spookte een duiveltje rond: het schrijversduiveltje. 

Voor een bak Duvel (je leest het goed) knutselde hij zijn eerste stuk in elkaar. "Liefde en meloenen" werd het Vlaamse land ingestuurd. Tot zijn grote verbazing werd dat meteen op verscheidene plaatsen opgevoerd. Sindsdien was er geen houden meer aan. Blijspelen, komedies, thrillers en zijn grote liefde "de tragikomedie,” hij probeerde ze allemaal uit. Tot ergernis van zijn kroost liep hij dan rond met een verdwaasde kop. Hij is niet meer van deze wereld. Maar...als hij "zijn mensen" ziet evolueren op de scène en ze doen wat hij hen heeft meegegeven, is hij apetrots dat het hem weer eens is gelukt. 

Rudy Berghs

Hoewel zijn familienaam Limburgse roots doet vermoeden, werd hij in 1952 geboren in het Antwerpse Mortsel. Bij de jeugdbeweging deed hij, zoals zovelen voor hem, zijn eerste schuchtere stapjes in het theater en het schrijven van korte teksten voor het kampboekje of het ledenblad. Na zijn middelbare studies en de toen nog gebruikelijke legerdienst vond hij werk bij een grote verzekeringsmaatschappij. In 1980 verliet hij zijn geboortestek om zich met vrouw en kind in het landelijke Ramsel, in het zuidwesten van de provincie Antwerpen te vestigen. Toen er door de plaatselijke afdeling van KWB en KVLV beslist werd om een toneelvereniging op te richten werd hij spelend lid. Daarnaast maakte hij ook zo’n 15 jaar deel uit van een tweede toneelvereniging in het naburige Booischot en staat ondertussen al meer dan 30 jaar op de planken.
Na verloop van tijd begon hij zelf stukken te schrijven en sporadisch ook mee te regisseren. De stukken die hij schrijft zijn doorgaans, wat het aantal rollen betreft, gebaseerd op het aantal spelers waarover de toneelgroep beschikt. Omdat ze slechts één productie per jaar brengen, zijn het meestal stukken voor 10 spelers of meer. Dit heeft tot nadeel dat de stukken minder geschikt zijn voor kleinere toneelgezelschappen.

Gert Boullart

Biografie van een groot kind. 
Ik staarde verwonderd die rare wereld aan op 5 februari 1960 te Oudenaarde. Op mijn 12de pende ik ijverig mijn eerste manuscript in een Atoma-schriftje. De leraar Nederlands (humaniora, Onze Lieve Vrouwecollege, Oudenaarde) schudde me even uit mijn dromerig bestaan met de gevleugelde uitspraak dat er wellicht een kunstenaar in mij schuilde. 
Als pril onderwijzertje startte ik in 1980 een poppenkast 'Repelsteel.' Alles wat met creativiteit had te maken, werd snel meer en meer mijn dada. Ik mocht dan ook trots als een 1e communicant theaterstukken uit mijn mouw schudden voor het Davidsfonds en Technopolis. In 1992 werd ik beroepsartiest en haalde, tot mijn verbazing, geregeld het kleine scherm als... buikspreker Mister Boullart. 
De naam Repelsteel veranderde in Theater Top en ik begon me te focussen op drama voor volwassenen: de one-man-theaterstukken 'Scrooge' en 'Damiaan.' 'Breendonk' creëerde ik rond de driehoeksverhouding tussen een verzetsmeisje, een naïeve Duitse soldaat en een sluwe SS-er. Intussen pleegde ik acht boeken voor de uitgeverijen Abimo en Deltas. Bij Abimo verscheen ook een scripthandboek 'Pop én spel' (4 edities, 4000 expl). Om mijn inzichten verder te verdiepen, fietste ik nieuwsgierig doorheen masterclasses scenarioschrijven bij o.m. VRT-scripteditor Ed Vanderweyden. Ook regisseur Jef Mellemans en figurenspeler Paul Contreyn ben ik heel dankbaar. De kers op de taart vormt sinds vijf jaar 'Atelier Top' onze theaterzaal te Oudenaarde. Hier werden nieuwe pittige drama's geboren. 'Beest' is een thriller over een psychiater die een creatief maar losbandig meisje ontvoert om haar te bekeren. 'Nine Eleven evoceert het WTC–drama alsof je het beleeft vanop de eerste rij. Het historisch stuk 'Adriaen Brouwer' brengt dan weer onze beroemde Oudenaardse kunstenaar tot leven in een dramatische aanpak die tezelfdertijd klassiek en verrassend oogt. En... tara... dit jaar creëerde het eeuwig dromerige jongetje in mij 'Verliefd... op de leraar' een # like mehighschoolverhaal ter gelegenheid van ons 40-jarig jubileum. Een tienkoppige cast gaat dan ook de pannen van het dak spelen in dit brandend actueel stuk over verantwoordelijkheidszin. Samen met de première wordt het gelijknamig boek (nr.11) uitgegeven en de romantische songs komen op Spotify. Ben nu zestig maar nog steeds een groot kind. De passie voor een goed verhaal drijft mijn bootje steeds verder naar onontgonnen werelden. Vaar je mee? Tot speels!  Gert 

Ed Bruyninckx

Hij werd geboren te Mortsel in 1947, studeerde aan de Rijksnormaalschool te Lier en behaalde zijn diploma in 1968. In die periode was hij ook hoofdredacteur van het studentenblad "Klokzeel."  Ed Bruyninckx was 2x winnaar het welsprekendheidstornooi van de Lierse Normaalschool (1967, 1968).  
Hij was ook laureaat van het Europees welsprekendheidstornooi in Brussel in april 1967, ingericht door de Europese commissie voor instellingen . 
Hij was gedurende 30 jaar directeur: 20 jaar van een protestantse school en 10 jaar van een katholieke school en dat met een rijksdiploma...  
Hij was mede-oprichter van de jeugdclub "Flop" in Mortsel (1966 ) en tevens hoofdredacteur van "Smos", het blad van jeugdclub Flop (1966, 1968).  
Daarnaast werkte hij als hoofdredacteur van het cultureel maandblad Tesser (1971-1973). In 1989 was hij hoofredacteur van het periodiek tijdschrift De Komeet. 
Tijdens zijn legerdienst werkte hij als journalist voor "Korpsjournaal", een blad voor de Belgische strijdkrachten in Duitsland.  
Hij bleef bezig, werd medewerker van Radio Antwerp City Pelgrim (vrije radio) en was samensteller en presentator van het kinderprogramma "Mond open." 
In die tijd publiceerde hij onder het pseudoniem Eddy De Leeuw. 
Hij was schrijver van verscheidene gelegenheidsteksten (Vremde 1000 jaar) en gedichten zoals voor de herdenking van de te vroeg gestorven zanger Jan Puimège  (winnaar van de grote prijs Will Ferdy in 1976).
Hij nam ook succesvol deel aan wedstrijden "Bedenk een tekst bij het artikel/ de foto." 

Frans Busschots

Lang geleden, toen Frans 14 jaar was, was hij actief als medestichter van een plaatselijke jeugdbeweging. De Chiro. Toen al was hij als een rasechte verteller gekend. Maar als verteller ben je vlug uitgepraat als je zelf geen verhalen schrijft. Zo is dan het jeugdtoneel ontstaan. Met een tiental kinderen van 8 tot 10 jaar, trok hij met een camper doorheen Vlaanderen. ‘Heikantse Jeugd’ speelde vooral voor kinderen, maar ook volwassenen genoten van de voorstellingen. Vooral ‘Fluppeke wil naar Sprookjesland’, ‘Prinsesje veel-te-lui’, ‘Het Lelijke prinsesje’ werden zeer vlot gespeeld. In die periode schreef hij een vijftiental avondvullende stukken en ook een tiental korte teksten. Ook een paar kerststukken kwamen in de kijker. ‘De kerstnacht van Laïda’ kende veel succes. Het werd vooral op kerstfeestjes van verenigingen gespeeld. Nu nog komen de jeugd- en kindertoneelstukken van Frans veel in de kijker. Toneel met emoties en een inhoud die boeit. Frans schreef er een tiental jeugdmusicals. Meestal voor een grote bezetting. Vooral ‘El Condor’, dat zich afspeelt op een vuilnisbelt, kent veel succes. Ook ‘Ik wil zingen’, De Powwow van Redhill’ staan hun mannetje. ‘De Kids Van Brug 16’, over verlaten kinderen. Toneel met inhoud en boeiende situaties. Samen met Dirk Dobbeleers en Guy Didelez schreef hij het boekje (136 blz) ‘Toneelspelen met kinderen’. Frans was jaren jurylid van toneelwedstrijden o.a. de Frans Coolswedstrijd van VVT en projecten van de Vlaamse Gemeenschap en regisseerde meerdere producties in andere gezelschappen. Kindertoneel, jeugdtoneel (‘De Jockeys’, over kinderen die geschaakt worden om wedstrijden te rijden met paarden of kamelen, en een tiental andere boeiende teksten). Toneel voor volwassenen: ‘Chouchou 32’, ‘een platte band’, ‘Liefde in de bergen’, ‘Oma geeft katoen’, en een lange lijst van alle genres. Ook gedichten en een 150 tal liedjes (2 cd’s ook) en korte teksten in tal van tijdschriften, schreef Frans met enthousiasme. Hij schreef ook een tiental boeken voor kinderen, romans, enz. 
Alle werken kunnen bekomen worden via de website www.fransbusschots.wdj.be, de uitleendienst van VTA Vlaamse Toneelauteurs vzw, de Provinciale bibliotheek van Limburg te Hasselt. 
Frans is te bereiken via mail: frans.busschots@gmail.com en gsm 0477 89 03 40. 
Hij schreef eens: “Toch mooi dat je als auteur met een wit blad papier en je geïnspireerde creativiteit beelden en emoties kunt opwekken bij mensen die je misschien niet eens kent, maar die toch zo gevoelens en levensinzichten kunnen 
ervaren. Laat mensen lachen, maar laat ze ook nadenken over wat belangrijk is.”

Bruno Buteneers

Albert Einstein heeft natuurlijk zo zijn verdiensten. Voor Bruno Buteneers zal hij in de eerste plaats niet om zijn relativiteitstheorie gekend zijn en de daarbij horende wereldbekende formule E=mc2, maar vooral om één uitspraak, nl.: "Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal." 
Van kindsbeen af is Bruno verzot op alle vormen van verhalen en aan verbeelding had hij nooit enig gebrek. In zijn werk kan hij een deel van die creativiteit kwijt, maar vooral tijdens zijn vrije tijd gaan de sluizen van de verbeelding open. Zo schreef hij al twee spannende avonturenromans: Weerklank en De Roofkunstenaar. 
Maar de eenvoudigste, goedkoopste en dikwijls nog leukste manier om een verhaal tot leven te brengen is via het toneel. Het idee om een aantal uitgebluste mannen weer zin in het leven te doen krijgen door te gaan inbreken (De Bende van), werd ooit door Bruno aan televisiemakers voorgesteld als serie. Jaren later zette hij het verhaal om in een knotsgek blijspel. Naast een origineel verhaal opbouwen, volgt Bruno trouw zijn gouden regel: er moet veel gelachen worden, heel veel. En daar komen alle invloeden van komische series boven drijven: van De Collega’s over Seinfeld tot The Simpsons. Wat de toekomst brengt? Er zitten nog tal van verhalen klaar in de koker om neergepend te worden.

Yves Caspar

Yves Caspar studeerde in 1999 af als leraar Nederlands. Voor zijn eindwerk schreef hij zijn eerste theatertekst: een bewerking van de klassieker “Orpheus en Eurydice”. Het doelplubliek van de voorstelling waren jongeren uit de eerste graad van het secundair onderwijs. In 2005 volgde hij een acteeropleiding aan de toenmalige toneelschool van Ronny Waterschoot in Schiplaken. In die periode werd hij ook één van de drijvende krachten achter poppentheater Houtekop. Yves schreef verhalen voor dit marionettentheater. Eerst enkel voor kinderen, maar al snel ook voor volwassenen. Later zou hij terug gaan lesgeven aan de muziekacademies van Tienen en Sint-Truiden. Hij was gedurende een aantal jaren docent Toneel, Voordracht en Repertoirestudie. In 2003 schreef hij zijn eerste avondvullend toneelstuk: “Sonja!”. De tekst was gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de Yorkshire Ripper, een Engelse seriemoordenaar. 
In 2006 richtte hij samen met acteur Gunter Reniers zijn eigen gezelschap op: Compagnie Lowie. Voor dit gezelschap schreef hij de dialoog “Volgend Jaar Parijs?”. Er kwam een vervolg met dezelfde personages in 2007: “Dertig!”. Yves schreef deze tekst naar aanleiding van zijn eigen dertigste verjaardag.
Een hoogtepunt in de toen nog prille schrijverscarrière kwam er in 2009. Yves schreef “Edith, het legendarische verhaal van Edith Piaf”. Voor het jonge gezelschap Compagnie Lowie was deze voorstelling een ongezien succes. De muziek van Piaf, in combinatie met het verhaal en de sterke acteerprestaties van van o.a. actrice/zangeres Gudrun Roos, leverde een tournee op doorheen heel Vlaanderen.
Compagnie Lowie was een zeer goede leerschool voor het grote werk dat er zou komen vanaf 2011. Caspar en Reniers zochten en vonden een vaste vestiging in Sint-Truiden. Ze bouwden de oude cinema City, die in de jaren tachtig werd gesloten en intussen zwaar in verval was, om tot een theaterzaal. Theater De Roxy is intussen uitgegroeid tot één van de populairste theaterzalen van Limburg en Vlaanderen. Op het programma staan voorstellingen voor een zeer breed publiek, meestal (maar niet altijd) met de nadruk op amusement. Yves schrijft jaarlijks één of twee nieuwe theaterteksten die in première gaan in De Roxy. Daarna worden de teksten vrijgegeven voor andere gezelschappen. Zo werden de komedies “Bedankt Lieve Ouders”, “De Reünie” en “Jezus, Maria, Jozef” al gespeeld door heel wat gezelschappen. In De Roxy zelf waren de verkiezingskomedie “Lijst Lenaerts” en de kerstkomedie “Vallende Sterren” het meest succesvol. 
Sinds 2019 schrijft Yves ook mee aan de populaire tv-serie “Thuis”. Een job die hij met veel plezier combineert met het theaterwerk.

Tony Collins

Speelde reeds in de jeugdbeweging diverse toneelstukken, maar is daarna de muzikale weg ingeslagen en speelt tot op heden nog steeds "Swingjazz" met de LJM Band (www.ljmband.be). Heeft een veertigtal jaar geleden een eigen "poppenshow" gehad : "De Picco-Bello-Topsy- Nonsens-show" waarmee dagelijks werd gespeeld in Ertvelde en onder andere op de Gentse Feesten.
Is rond 2001 terug begonnen met theater en acteerde niet enkel, maar begon ook te regisseren en te schrijven. Heeft avondcursus regie gevolgd via het Improtheater te Antwerpen. Hij heeft ook nog een verleden als free-lance striptekenaar (Studio VanderSteen, Bessy reeks) en als illustrator van boeken en magazines (voor uitgeverij De Dageraad, Facet, Pelckmans en het magazine "Yachting Noord." Dus, ook decors hebben geen geheimen meer voor hem.  Was in 2015 de bezieler tot het oprichten van de theatervereniging WOMact vzw uit Wommelgem, waar tot nu toe al zijn stukken met succes werden gespeeld. 
Heeft in 2017 voor het eerst de regie afgestaan aan een externe regisseur en zich terug geconcentreerd op het acteren.
Schreef intussen vier avondvullende stukken, waarvan twee "muzikale blijspelen" en vier eenakters.

Hedwig Cooremans

Hij werd geboren in 1950 in Aalst en woont in het Pajottenland. Zijn talenkennis: Frans, Spaans, Engels, Italiaans (en Nederlands natuurlijk). Hedwig begon op zijn 21ste met theater en leerde de vier stielen: spelen, regisseren, vertalen en schrijven. De passies zijn schrijven en vertalen. In zijn jonge jaren schreef hij kindertoneel. Zo is de auteur overigens met schrijven begonnen.

Hij ontdekte drie toneelwerken van Carlo Goldoni, van wie hij
'I Pettegolezzi delle Donne’ (De Kletskousen) uit het Venetiaans vertaalde. 

Gepassioneerd door de beroemde Italiaanse auteur ontstond het commedia dell’arte-wagenspel: ‘Pantalone, Verliefd en Verloren.’
Hij bewerkte het achteraf tot avondvullend stuk (pastiche). 

In 2004 publiceerde hij zijn roman voor de jeugd ‘Piraten mogen niet huilen,’ over straatkinderen in Bogotá, Colombia. Straatkinderen zijn geen onbekenden voor hem, vermits hij met hen heeft gewerkt en in Colombia een opvangcentrum heeft gesticht. 

Paul Coppens

Werd geboren te Aalst op 21.8.1952. Hij volgde school in het Sint-maarteninstituut en de Rijkshogere Handelsschool, beiden te Aalst. 
Hij begon te acteren bij het studentencabaret “Mercurius”, waarvoor hij ook sketches schreef. Daarna was hij medestichter van het cabaret “Comsada”. Hij regisseerde tevens een aantal ontspanning- en poëzieavonden. Hij werd ontdekt door een Aalsterse amateurtoneelvereniging. Zijn leermeesters waren Herman Larcher, Vic Moeremans en Ronny Waterschoot. 
Tijdens zijn legerdienst, in 1972, schreef hij een eerste toneelstuk. Het werd nooit opgevoerd, zelfs niet uitgegeven, maar de basis was gelegd. Hij schreef een tweede stuk, “Eilandzon”, dat in 1975 in Aalst met succes werd gecreëerd, maar tot een officiële uitgave van dit werk kwam het nooit. Tot 1980 had hij het vrij druk als acteur bij diverse toneelverenigingen. 
In 1981 trekt hij zich echter terug en begint opnieuw te schrijven, met als gevolg: een resem stukken van allerlei slag. Tussen 11.11.1983 en 24.3.1985, dus in een tijdspanne van amper anderhalf jaar, werden niet minder dan 7 stukken van hem gecreëerd. Zijn grote doorbraak in het beroepstheater kwam er met “SCHAFTTIJD”, dat door het Fakkeltheater in Antwerpen werd gecreëerd in 1985. Het kende een overweldigend succes. Het stuk stond er drie seizoenen lang op het programma. Ook de Brusselse KVS ontdekte hem. Zijn “HORA EST” ging er in 1986 in première. Het jaar nadien speelde men er “DE TUINMAN”, dat een onderscheiding kreeg van Sabam. 
Hij schrijft nu ook regelmatig samen met Guy Didelez en het schrijverscollectief De Scriptomanen, waaruit de auteursvereniging Codi is ontstaan. Sinds een paar jaar heeft hij van het schrijven zijn beroep gemaakt. Op dit ogenblik heeft hij een 40-tal volavond -toneelstukken geschreven.  
Hij speelde zelf zijn monoloog “BERT” en trok er met enorm succes mee doorheen Vlaanderen. Voor dit stuk kreeg hij in 1994 de 8-septemberprijs van het Nationaal Comité voor Ontwikkelingssamenwerking en de 10-septemberprijs van het Aalsters Coördinatiecomité voor Welzijnswerking. Hij schreef ook voor TV. Zo was hij coscenarist van de VTM- reeks “WAT NU WEER!?”, en het BRTN- feuilleton “HOTEL HOTEL”. 
Als acteur was hij ondermeer op het scherm te zien in “Familie”, “Editie”, “Wittekerke”, “Samsonsoap”. 

Johan Couwelier 

 

Geboren op 19 dec. 1953 in Torhout/ West- Vlaanderen. Nu woonachtig in Ternat. Het was meester Cafmeyer, de grootvader van actrice Maike Cafmeyer, zelf een prachtig acteur bij toneelvereniging ‘Rembert Torhout,’ die hem in het vijfde leerjaar van de lagere school op zijn schrijf- en voordrachttalent wees met de woorden: “Daar moet je zeker iets mee doen, Johan.”  
En inderdaad: toen er jaren later, bij de scouts, op een kampvuur een toneelstukje moest opgevoerd worden, wist men al snel bij wie er moest aangeklopt worden om een ‘geestige’ sketch op papier te zetten…. 

Pas in 1984 kreeg de toneelmicrobe hem goed te pakken. De huisregisseur van ‘De Speelvogels’ kwam op het idee om eens iets te spelen dat ‘van hen’ was. Na lang zwoegen, toverde de auteur in 1986 zijn eerste eigen werk ‘Kunst- en vliegwerk’ uit de pen. 

Tijdens de coronacrisis schreef hij de komedie ‘Appels, bomen en pruimen’ en de misdaadkomedie ‘De pitbull en de keffer.’ Wellicht volgt in 2022 een beklijvend drama, waarvoor hij een pak ideeën heeft. We houden jullie in ieder geval op de hoogte. 

Henk Debal

Henk Debal begon op z’n 13e te presenteren op de Vrije Radio Ieper, waardoor hij toen de jongste radiopresentator van Vlaanderen was. 
Naast zijn sociaal engagement in heel wat andere verenigingen speelt hij sinds z’n 18e mee in de toneelgroep Met Hert & Ziel, waar hij al verschillende hoofdrollen voor z’n rekening nam. 
In 2010 neemt hij de regie-stoel over, volgt een regie-cursus en schrijft een eigen komisch toneelstuk, wat ondertussen een jaarlijkse gewoonte is geworden. 
Hierdoor zijn z’n toneelstukken heel toegankelijk voor zowel spelers als regisseurs. 
Ook schreef hij 2 theaterwandelingen en een moorddiner. 

Mark De Bie

geboren op 5 februari 1939 
-woonde tot zijn 68ste in Baardegem, kleinste deelgemeente van de stad Aalst 
-woont nu in Moorsel-Aalst 
-zat van jongsaf in het amateurtheater 
-wilde, ook van jongsaf, schrijver worden; koos tegelijk voor financiële onafhankelijkheid en een betrekking als ambtenaar 
-zag in 1974 zijn eerste prozastukjes uitgegeven bij Heideland Hasselt 
-zag in 1978 zijn toneelstuk De dag dat het kampioenschap van België verreden werd als televisiespel op het scherm komen 
-beleefde datzelfde jaar voor het eerst de première van een zijner stukken op de schouwburgplanken 
-begon ook in 1978 aan het scenario van het tv-feuilleton De Paradijsvogels 
-beleefde in 1991 de eer om Jo De Meyere zijn monoloog De Coburger op te zien voeren, de eerste van een reeks van 175 voorstellingen in heel Vlaanderen 
-schakelde nadien over op proza, onder meer met een trilogie over de jaren 50, 60 en 70 van vorige eeuw: Een koningsjaar, Cinema Jarofka en De Bloemenkinderen, drie tijdbeelden en gelijk ontwikkelingsromans 
-keerde naar het theater terug met onder meer een bewerking van Hugo De Ridders spraakmakend essai over de bevolkingsvergrijzing Het ultieme transfer 
-is sinds 1992 ook actief als voordrachtgever, wat hem inmiddels al bijna 1100 keer op het spreekgestoelte bracht 
-heeft een eigen website: www.markdebie.be

Ghislain Debray

Ghislain Debray werd geboren op 16 februari 1936 en was woonachtig te Budingen (Zoutleeuw). Hij was o.m. docent Nederlands aan de Koninklijke Rijkswachtschool. Hij eindige zijn carrière als brigade-commandant te Herk-de-Stad. In zijn vrije tijd componeerde hij liedjes, zong huwelijksmissen, schreef korte verhalen, romans en vele toneelstukken : zowel komedies als het meer ernstige werk. Hij acteerde en regisseerde menig toneelstuk. Hij wist telkens weer het beste in zijn acteurs naar boven te halen. De mensen een fijne toneelavond bezorgen, met een lach en een traan, dat was zijn doel. Hij was lid van de Vlaamse Toneelauteurs en SABAM. Hij schreef ook de biografie van zangeres La Esterella: "Een gouden stem, een gouden hart".  
Ghislain overleed in 2018. 

Peter De Kemel

Peter De Kemel is geboren in Deinze op 2 november 1965. Op 4-jarige leeftijd verliest hij zijn vader bij een verkeersongeval. Hij groeit op samen met zijn moeder, oudere broer en jongere zus in de deelgemeente Astene waar hij dertig jaar lang woont.

Op 11-jarige leeftijd schrijft hij zijn eerste eigen toneelstukje. Hij beseft dat kunst een koopwaar is en promoot zijn voorstelling met zelfgeschreven papiertjes die in de brievenbussen worden gestoken.
Op het einde van het theaterseizoen 2004-2005 houdt hij het theater eventjes voor bekeken en gaat een nieuwe uitdaging aan. Deze vindt hij in de film. De voorbije jaren, regisseerde en produceerde Peter vier langspeelfilms. De drie films rond de familie Goetgebuer behoren tot de meest succesvolle producties uit de Leiestreek. Begin 2010 bereidde DK Entertainment de opnames voor van een vierde en tevens laatste film rond de familie, maar gezondheidsproblemen bij twee van de vier hoofdrolspelers beslisten er anders over.
De Kemel heeft op zijn palmares al 36 theaterstukken, twee revues, vijf filmscenario's, 78 theaterstukken en 84 theaterregies.

Peter De Pauw

Peter De Pauw is theatermaker in hart en nieren. Hij is al sinds zijn twaalfde gebeten en bezeten door alles wat met theater en musical te maken heeft. Eerst speelde hij verschillende jaren mee in muziek- en theaterstukken bij het jeugdtheater. Door de kansen die hij daar aangeboden kreeg kon hij proeven van alle aspecten van het theater 
en ze zich eigen maken. Zo zette hij daar ook zijn eerste stappen in het schrijven en regisseren. In 1999 zette hij de stap naar het volwassenentheater. Zijn meest memorabele rollen speelde hij in: Het derde rijk in de vierde wijk, Een vreemde luis in huis, De Stoel van Stanislavsky, Een vloog over het Koekoeksnest, ... 
Na vele mooie rollen is Peter sinds 2005 enkel nog bezig met het regisseren en schrijven van toneelstukken. Dat doet hij sinds die tijd met veel plezier. Ondertussen staan er al 9 uitgegeven toneelstukken op de teller en meer dan 20 regies bij verschillende gezelschappen. Als het gaat om regisseren, verkiest hij een goede deurenkomedie. Als regisseur krijgt hij energie van de actie en de "positieve vibe" die daarbij naar boven komen. De energie die je als auteur, regisseur en acteur in het stuk steekt, worden losgelaten op de zaal die de avond van hun leven beleven. Ook tragikomedies schuwt hij niet. Mooie 
personages met een ontroerend en warm verhaal, maar altijd met de nodige humor, een rode draad in zijn leven en teksten. Zijn motto is dan ook: "mensen een aangename tijd bezorgen, dat is mijn hobby!" 
Het merendeel van zijn geschreven stukken zijn dan ook logischerwijs komedies en tragikomedies; telkens mooi uitgetekende karakters en stukken met een dieper verhaal. De lach en de traan liggen vaak dicht bij elkaar. Via de lach komt de onderliggende boodschap immers des te vlotter binnen. Zijn meest gespeelde stuk is "verkiezingskoorts," een niet-politiek blijspel over schijn en werkelijkheid. Maar ook "vrouwen met ballen," een stuk over vriendschap en bowling of "Viva la Vida!" een tranche-de-vie over ouderdom 
zijn warm aanbevolen.

Paul Dewilde

“Schrijf eens een monoloogje," ... met deze opdracht, in het eerste jaar Literaire Creatie aan de Academie te Lier, is het voor mij allemaal begonnen, zoveel jaar geleden. Een cursus die ik begon om ‘boeken te schrijven,' resulteerde vrij snel in een passie voor theaterschriftuur.
Pure concentratie op wat personages tegen elkaar zeggen en de manier waarop, zonder je te moeten verliezen in ellenlange beschrijvingen, dàt is wat me er zo in aanspreekt.
Het is een passie geworden die (voorlopig) al een tiental blijspelen/komedies opgeleverd heeft. Soms tragikomisch (Klein Beschrijf), soms eerder absurd (IJzel op het plaveisel) of ronduit satirisch (Kabaal in het Stemlokaal), maar altijd heel toegankelijk en voor een breed publiek.
Het meest trots ben ik op ‘Volgende vraag, geschiedenis,' een komedie over een quizploegje, waarbij de personages niet alleen het antwoord moeten vinden op de vragen van de quiz, maar ook op de vragen van het leven. De grote meerwaarde van het stuk is dat ook het publiek vaak spontaan mee de antwoorden op de vragen begint te zoeken en zo een éxtra leuke avond heeft.
Het geeft me als auteur nog altijd een enorme voldoening om zowel publiek als acteurs te zien genieten van een stuk, waar je soms maandenlang in de beslotenheid van je bureau aan gewerkt hebt.

Willy Gilis

Reeds in zijn jeugd vond hij op het podium staan plezant. In de kleuter en lagere school kleine toneelstukjes opvoeren. Als 16-17 jarige meedoen aan zangwedstrijden. Spreekbeurten houden in het middelbaar, vond hij super. Bij de jeugdbeweging speelden ze kampvuurnummertjes en in de winter bonte avonden met kleine toneelstukjes. In 1971 heeft hij dan samen met Louis Engelen toneelgroep “ Crescendo Viversel” opgericht. De eerste 20 jaar bij Crescendo heeft hij vele rollen gespeeld en daarna regelmatig de regie gedaan... 
In 1991 heeft hij zijn eerste stuk “ Nodig een eenzame uit” geschreven, met 21 personages, dat met veel succes werd opgevoerd in eigen dorp. 
In 2009 schreef hij “Buenos dias Benidorm” en heeft tot nu toe al +- 300 opvoeringen. Het zelfde met “Het testament van zatte Kamiel” uit 2008  en nu ook al +-200 opvoeringen telt. “Hotel Knotsgek” en “De Koerskemels” werden ook reeds met veel succes op de planken gebracht. Ondertussen heeft hij een 30 tal stukken geschreven.
Al zijn stukken zijn uitgegeven bij ALMO Antwerpen.

Rudy Goes

Nog voor ik een lerarenopleiding begon, voelde ik dat mijn  goesting niet in het onderwijs lag, maar in het theater. Op mijn 28ste hakte ik de knoop door en begon een acteeropleiding bij Dora van der Groen in Antwerpen. Daarna richtte ik met enkele medestudenten het theaterensemble ‘Le Mal Du Siècle’ op en begon aan een woelige, maar boeiende, carrière als free lance acteur, regisseur en auteur. Met de komst van VTM kwam er ook tv-werk bij, en toneelles geven. In 1998 startte ik vzw  ‘Morrend Volk’ als platform voor eigen theater- en kortfilms. Sedert 2000 maak ik vooral theater voor jongeren, o.a. bij 'Theater van A tot Z.'

René Gybels

Ik zou een kerstkind zijn maar was enkele uren over tijd en zag het levenslicht op 26 december 1934 als zevende in een rij die nog zou aangroeien tot tien kinderen. Mijn vader, een kleine zelfstandige met een groot gezin, slaagde er als bierhandelaar net in om de eindjes aan mekaar te knopen. Mijn oudere broers gingen al vroeg uit werken om hun steentje bij te dragen in de kosten van ons groot gezin. Ik mocht studeren maar moest op mijn vrije dagen mijn vader vergezellen op zijn bierronde. Studeren was avond- en soms ook wel nachtwerk. In die tijd was het nog gebruikelijk dat de brouwer een rondje trakteerde. Vele dorpsfiguren waren op de afspraak in de cafés om gratis een glaasje mee te pikken. Ik observeerde hen aandachtig en luisterde geboeid naar hun verhalen die, alhoewel vaak dezelfde, toch steeds straffer werden. Mijn vader was een echte entertainer. Hij vertelde vaak over vroeger. ’s Avonds, terwijl we allen gezellig rond de Leuvense stoof zaten, zong hij met zijn mooie stem volkse liedjes. Van in mijn jeugd is de liefde voor al wat volks is mij bijgebleven. Veel van de liedjes die mijn vader zong, vind je terug in mijn toneelwerken en in “Het dorpsplein”, “Het verloren schaap” en “ Ballade van het platteland” spelen de dorpsfiguren uit mijn kinderjaren duidelijk herkenbaar een rol. 
In 1953 beëindigde ik mijn humaniorastudies. Ondanks een goed resultaat was verder studeren was niet aan de orde en dus wachtte mij mijn legerdienst. In dienst van het vaderland ‘lag’ ik in Duitsland in de Taborakazerne in Aken. Deze tijd inspireerde mij later voor “Het soldatenlief” of “Nora von Tabora." Achttien maanden later en vijftien kilo’s zwaarder keerde ik terug naar het burgerleven. Ik vond werk als bediende op de Kolenmijn van Beringen en begon al snel hogere studies economie en boekhouden in het avondonderwijs. Zo kon ik in dienst treden van de Katholieke Universiteit van Leuven. 
Als toneelschrijver was ik een laatbloeier en schreef ik pas op mijn vijftigste mijn eerste korte toneelwerkjes. Daarna volgden vooral blijspelen, enkele kluchten, een komische thriller en een tragikomedie. Mijn toneelwerken zijn onderbouwd met een verhaal, vaak recht uit het leven gegrepen, waar de toeschouwer iets van meedraagt. Alhoewel met een lach en een traan worden heikele thema’s zoals roddel in de dorpsgemeenschap, eenzaamheid bij oudere mensen en pesterijen op de werkvloer niet gemeden. Door mijn werk aan de universiteit en daar ik mij ook op sportief vlak graag manifesteerde als fervent wandelaar en jogger - met als uitschieters vier dodentochten en enkele halve marathons -, werd het schrijven nachtwerk. De meeste van mijn werken kwamen dan ook tot stand in de vroege ochtenduren. 

Maurice Habex

Geboren in 1951 en opgegroeid als vierde in een boerengezin met negen kinderen. Na een 10-jarige loopbaan als zelfstandige werd hij leraar praktijk en technieken in de school waar hij zelf de opleiding van schrijnwerker-timmerman volgde. Gedurende zijn gehele loopbaan schoolde hij zich bij op alle mogelijk vlakken. Eind jaren zeventig stichtte hij in zijn geboortedorp Diepenbeek, samen met enkele vrienden, een amateur toneelgezelschap. Wat ooit primitief begon, was voor hem snel een ware passie geworden. De groepssfeer en het plaatselijk woordgebruik was de troef van het gezelschap. Jaarlijks konden ze dan ook rekenen op tal van enthousiaste toneelbezoekers en dit tot ver buiten de dorps- en provinciegrenzen.  Wanneer de groep in 1995 een overschot had aan vrouwelijk schoon begon hij zelf een stuk te schrijven. De titel was vrij vlug gevonden “Begot, begot, vrouwen op uw kot!" Maanden van brainstorming met de groep gingen er aan vooraf. Tijdens de repetities corrigeerde hij waar nodig. Hij schreef en herschreef de dialogen volgens de wensen van iedere speler. Het werd een zeer groot succes en wordt sindsdien door meerdere gezelschappen ten tonele gebracht. Enkele jaren later volgde een tweede stuk en wie weet, eenmaal op pensioen zullen er misschien nog andere stukken volgen. Maurice is er fier op om telkens door andere gezelschappen uitgenodigd te worden om naar zijn eigen creatie te komen kijken. Zelfs voor een uitstapje naar de andere kant van het land maakt hij graag tijd vrij.

Guy Keeren

Geboren in 1952 maar laat in het jaar. Als leraar Nederlands en Engels heeft hij les gegeven in het Antwerps Stedelijk Onderwijs tot hij in 1996 directeur werd. In 2010 werd hij coördinerend directeur van Scholengemeenschap Noord tot hij in 2013 met pensioen ging. 
Hij is sinds 1987 verbonden aan het Antwerpse Multatulitheater als acteur en sinds 1999 ook als voorzitter van het bestuursorgaan (what’s in a name?). Zijn eerste vertaling kwam er op verzoek van een regisseur in 2008 en sindsdien zijn er nog 19 andere vertalingen gevolgd. Dit maakt hem wel de vreemde eend in de bijt van VTA waarvan hij lid is. Maar vreemde eenden moeten er ook zijn, niet? Zijn vertalingen zijn meteen ook bewerkingen, want van elke Frans- of Engelstalige komedie, maakt hij een puur Vlaamse versie. Hij is tevens lid van SABAM dat de vertalingen van zijn werken beheert. Zijn vertalingen worden vlot gespeeld in Vlaanderen (en Nederland).
Zo is zijn bekendste vertaling ‘De Schone Smeerlap’ ondertussen al door 25 gezelschappen gespeeld en er komen er nog.... 

Luc Kerkhofs

Zijn enige rol als acteur versierde hij op 11 jarige leeftijd in het schooltoneel. Met meer dan 5.000 voorstellingen in een tijdspanne van 34 jaar op de teller kan men niet anders zeggen dan dat de humor van deze Vlaamse auteur zeer gesmaakt wordt bij het theaterpubliek. Het was inderdaad 1985 toen hij z’n eerste volavond stuk schreef. Na enkele jaren voelde hij dat er meer in zat dan enkel maar toneelstukken af te leveren en in 1992 deed hij een poging om een aantal scenario’s te schrijven voor FC De Kampioenen. Scenario’s schrijven voor TV was een heel andere wereld die plots voor hem open ging. Zowel voor VRT als voor VTM schreef hij meer dan 200 afleveringen voor een aantal succesrijke sitcoms. Volkse en herkenbare humor bleek zijn specialiteit te zijn. 
Na een aantal zeer drukke jaren waarin hij z’n pc meer zag dan z’n eigen familie viel zijn keuze uiteindelijk op het toneelschrijven. Tussendoor waagde hij zich zelfs aan z’n tot op heden enige drama “Kinderen van karton” waarvoor hij in 1998 de SABAM-prijs ontving. 
 In al die tijd verschenen er pareltjes van komedies zoals Het Streepje, Kaas met Gaatjes, Rare Kwasten op Jenever, De Jacht is open, Komkommer en Kwel, etc... 
Heel Vlaanderen en een stuk van Holland speelt zijn stukken. Er is keuze uit een dikke 50 komedies met een variatie aan thema’s. Elk gezelschap vindt wel z’n gading in het rijke palmares van deze schrijver.

Peter Kremel

Peter Kremel, pseudoniem voor Peter Melis (Geel 1957), speelde sinds zijn jeugd toneel bij diverse amateurgezelschappen tot hij in 2007 zich waagde aan zijn eerste toneelstuk de komedie 'Filet de Sax'. In 2008 werd hij eerste laureaat in de 'Nationale Monologenschrijfwedstrijd' uitgeschreven door het Koninklijk Verbond van Vlaamse Toneelverenigingen. In 2009 werd hij uitgeroepen tot 'Cultuurpersoon van de stad Geel'. Eens de schrijfkriebels te pakken volgden zowel komedies, drama's, thrillers, moorddiners en kortverhalen elkaar snel op.  Ook zijn talrijke grappige monologen en eenakters kaapten regelmatig de hoofdprijs weg bij diverse festivals en cultuurmanifestaties. Peter schreef eveneens scenario's voor verschillende succesvolle massaspektakels.  In totaal trokken deze grote producties meer dan 80.000 toeschouwers. Na het volgen van een driejarige cursus 'scenarioschrijven voor fictie' waagde hij zich aan zijn eerste filmscenario. De kortfilm 'René en Viviane' werd in de zomer van 2016 ingeblikt en stond in 2017 op de speellijst van het prestigieuze kortfilm festival 'Leuven Kort'. Ook het scenario voor de kortfilm 'Kill your darlings' die in februari 2018 in cinema Studio in Geel in première ging is van zijn hand.

Gerd Le Duc

In 2010 schreef ik ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van het Bananentejater in Wilrijk, Beminde parochianen, .... Vele acteurs wilden graag meespelen in deze jubileumproductie en het werd een volks stuk voor maar liefst 16 spelers. Het gaat over mensen van diverse pluimage die samen hetzelfde stamcafé delen. Het publiek bleek laaiend enthousiast te zijn en daardoor had de schrijfmicrobe mij te pakken. In 2011 had ik mijn tweede stuk klaar: Carpe diem, een tragikomedie. Een stuk over een reünie van vier legervrienden. Die reünie vindt plaats met hun partners erbij. Mede daardoor komt er van alles boven water en tonen de personages hun ware gelaat. In beide stukken voert humor de bovenhand, maar de nodige tragiek is nooit ver weg. Momenteel heb ik de laatste hand gelegd aan Jaar in, jaar uit, een familiekomedie. We volgen een familie gedurende een jaar, van oudjaar tot Kerstmis. Iedereen start het jaar met bepaalde doelen. In 12 scènes (12 maanden) komen we te weten wie zijn doel bereikt. Oorspronkelijk ging dit ook een tragikomedie worden, maar wat ik ook probeerde: er kwam enkel een vloedgolf aan humor uit mijn pen. Er zit één rode draad in mijn stukken: ze zijn alle drie het mooist om zien als ze realistisch gespeeld worden. Er zitten veel personages in met zeer uitgesproken kenmerken (typetjes), maar de humor komt veel beter tot zijn recht als ze gespeeld worden als mensen van vlees en bloed. Uiteindelijk zijn ze stuk voor stuk ook gebaseerd op echte mensen...

Davy Leers

Hij is afkomstig uit Hulshout. Geboren te Lier op 15/10/1980.

Vanaf de leeftijd van 6 jaar was hij al gefascineerd aan het witte doek. Zijn vader runde een videotheek waar hij reeds op vroege leeftijd meehielp achter de desk. In zijn puberteit volgde hij een opleiding tot cineast. De acteermicrobe kreeg hij pas echt te pakken rondom het millennium. Na jarenlange observatie van duizenden films en acteurs, wou hij ook zelf gaan acteren. Hij volgde een uitgebreide cursus regie en acteren met aanvullende masterclasses. Ook scherpte hij zijn expertise bij op het gebied van licht, bewegingstheater als scenografie.

Zo werkte hij met enkele diverse professionele docenten als Ann Esch (Herman Teirlinck), Inge Verhees (Fontys Hogeschool voor de Kunsten), Prisca Heylbroeck (Cirque du Soleil), Daan Tytgat (lichttechnieken DDT productions) en Barbara Van den Driessche (master dramatische kunst regie Ritz, scenografie POPOK & artistiek leider van Barre Weldaad). Hierna studeerde hij verder Drama om aan de slag te gaan als professionele dramacoach. Als scenariomaker behaalde hij in 2009 met zijn eerste theatercreatie ‘Het Vagevuur’ de 1ste categorie toneelprijs van Vlaams-Brabant met de Fiere Margriet te Leuven. Daaropvolgend schreef hij nog 'Freeze at 148', 'Rood water' en ‘Het engelenhuis’, naar het gelijknamig boek van Dirk Bracke. Van dit laatste startte hij in 2012 een theaterproject op en stond hiermede extra in de kijker in de schouwburg van Heist o/d Berg, het Fakkelteater te Antwerpen en andere diverse culturele centra vanuit de regio. Dankzij deze theaterversie, dat hij met zijn collega Gunther Ceuppens in theatervorm schreef, wist hij hiermee een aardige eindopbrengst te doneren voor Child Focus tegen kindermishandeling.
In 2013 verbreedde hij zijn zicht naar het buitenland. Zo maakte hij een vertaling en bewerking van ‘Class Enemy’ van Nigel Williams en haalde een primeur vanuit Bosnië-Herzegovina en de Royal Court Theatre te Londen naar België. Ook verrichte hij research over het leven op Sicilië en schreef hij ‘BLACK’, een groots maffioso spektakel dat zich baseert op waargebeurde feiten vanaf Wereldoorlog II.
In 2015 stond hij in de kijker met zijn 25ste regie in de schouwburg van Heist o/d Berg waar hij zijn creatie ‘De stemmen van Jeanne d’Arc’ bracht, een massaspektakel met koor, livemuziek en ridders. Ook behaalde hij dat jaar een nominatie met zijn eerste kortfilm ‘Eva’ op het Filmgala 2015 in Gent. 
Op nationale TV vertolkte hij nog enkele rolletjes in series als ‘Familie’ en ‘De buurtpolitie’ voor productiehuis VTM en zagen we hem op VRT als imitator van Geert hoste en in ‘Zie mij graag’ als man van Tine Embrechts. 

In de internationale filmindustrie verzorgde hij een edelfiguratie voor de Hollywoodfilm ‘The Fifth Estate’ in regie met meervoudig Oscarwinnaar Bill Condon.

In 2018 schreef hij 2 nieuwe theaterteksten: het meeslepende kerstverhaal 'Het meisje van sneeuw' en de bloedstollende thriller 'H2O'. In 2019 schreef hij de hilarische komedie 'Op de deur wordt niet geklopt!' en het beklijvende verhaal 'ZUS' over het leven van een gebroken gezin.

Inmiddels na 20 jaar ervaring en al 40 regies in de theater-en filmwereld, is hij uitgegroeid tot een artistieke, gepassioneerde duizendpoot die huidig voorzitter is van theatervereniging Born2Act.

Jeroen Maes

Jeroen Maes studeerde af aan de Studio Herman Teirlinck te Antwerpen en begon zijn carrière op het kleine scherm als ‘Freek’ in de VTM-serie ‘Wat nu weer?!’ verder ‘Steven’ in de begindagen van de VRT-serie ‘Thuis’ en diverse gastrollen in o.a. ‘De Kotmadam’, ‘Wittekerke’, ‘Mega Mindy’, ‘Spoed’, ‘Nonkel Jef’,‘Zone stad’, ‘Samson’, ‘Familie’, … 

Ondertussen maakte hij ook de overstap naar het musicalgenre en was te zien in de musicals ‘Annie’, ‘Pallieter’, ‘Oliver’, ‘Domino’, en als‘Tante Sidonia’ in ‘Suske en Wiske, de Spokenjagers’ alsook ‘De Schimmige schurken’, en ‘De Vorst van Verona’ in de spektakelmusical ‘Romeo en Julia’. 

Jeroen was ook jarenlang zanger bij de VTM-soapband en ‘De Canzonissima’s’. Hij was ook 10 zomers lang te zien in de revues van ‘Het Witte Paard’ te Blankenberge. 

In het theater kon u hem aan het werk zien in ‘Scrooge’, ‘Oliver Twist’, ‘Amadeus’, ‘Stilte aub’, ‘triple espresso’, ’10 kleine negertjes’, ‘de roze bruiloft’, ‘Boeing Boeing’, ‘De GVR’ en als ‘Basil Fawlty’ in de theaterversie van ‘Fawlty Towers’. 

In 2012 ontstond ‘Het Prethuis’ en ging zijn eerste volavondstuk in première ‘Van kwoad nor erger’ in Kusttheater ‘Colisee’, en dat in het onvervalst West-Vlaams, het bleek een schot en de roos. Hij kreeg de smaak te pakken en schreef daarna ook de komedies. ‘De Laatste Kans’, ‘Komen (vr)Eten’, ‘Boer zocht vrouw’, ‘De Quaghebeurs’, ‘In de Duinhalm’, ‘Dubbeldate’, ‘Ierboven, Ierneffest, Ieronder’ en ‘Brasschaatse Huisvrouwen’ met niemand minder dan Ronn Moss (Bold and the beautiful). Voor het produktiehuis Het Achterland schreef en regisseerde hij ‘Viva Minerva’, ‘Café Beveren’, ‘De Sinksenfoor en 'Het Strandvan Sint-Anneke'. 

Jeroen was ook actief als regisseur voor heel wat produktiehuizen zoals Theater Uitgezonderd, Paljas, EWT, ...  Voor het EWT schreef hij speciaal voor hun 60-jarig bestaan de ultieme deurenkomedie 'Deuren Durnez NV'. 

Heel wat amateur en professionele gezelschappen hebben ondertussen stukken van Jeroen met succes op de planken gebracht. 

Lode Pools

Hij studeerde aan het Stedelijk Conservatorium te Hasselt en behaalde er de regeringsmedailles voordracht- en toneelspeelkunst. Als acteur stond hij op de planken te Lummen, Sint-Truiden en Hasselt. Als regisseur werkt hij in de provincies Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij schreef luisterspelen voor de BRT en voor de KRO in Hilversum. Als auteur gaat zijn voorliefde uit naar het theater. Vooral de intermenselijke relaties interesseren hem. Hij schrijft ook in opdracht van toneelgezelschappen, op voorwaarde dat het onderwerp ligt binnen zijn interessesfeer. 

Marc Reynaert

Tv-regisseur van vorming en beroep (BRT/VRT) en Belgisch (Vlaams) auteur, richtte in 2007 Theater Melanie op. Hij schrijft nog uitsluitend hedendaagse drama’s/tragedies in een heel eenvoudige setting en met beperkte cast. Het gaat in zijn stukken vooral om de personages, de plot is ondergeschikt aan hun verhalen. Ze worstelen met zichzelf, met hun verleden, hun omgeving, voeren een onderlinge strijd, botsen met de instituties en de samenleving. Het zijn kwetsbare personen of personen in kwetsbare situaties. 

Robert Risbourg

Hij werd geboren op 10 maart 1941. Beroepshalve is hij laborant. In zijn vrije tijd is hij een gewaardeerd acteur en huisregisseur bij toneelgroep Thalia in zijn thuishaven Beverlo.

Jimmy Rubbens

Hij werd geboren te Ekeren op 27 maart 1975, groeide er op en ging er naar school. Van opleiding is hij boekhouder, van beroep zeilmaker. Zijn hobby is voetbalscheidsrechter en zijn passie is theater. Dit heeft hij altijd al in zich gehad. Op ieder familiefeestje stond hij wel eens op het podium voor een act, een playbacknummer, een mop, een grap of een presentatie. Theater kijken was voor hem zoveel leuker dan een film op tv. Ook het contact nadien met de acteurs en regisseurs hoorden er altijd bij. Het sociaal contact is zo belangrijk voor hem. Na jaren te hebben getwijfeld om ook de stap in de theaterwereld te zetten, was het Nick Delafontaine (Echt Antwaarps Theater) die hem over de streep trok om auditie te komen doen in het Noordteater. Als bij wonder was de auditie goed verlopen en kreeg hij de rol van Tommy Spencer (Engelse soldaat) in “Lili en Marleen." Hij had de smaak onmiddellijk te pakken. De complimentjes, de stress, de collegialiteit, de veeleisende regisseur, het applaus, waren allemaal zijn ding. Snel volgde een tweede productie, deze keer in De Peerdestal. Jimmy nam de rol van agent op zich in de productie “Moet er nog een Kerstman zijn."

Zijn derde en vierde productie speelde hij in de kelder van het Fakkeltheater bij Take Twee

producties. Eerst kroop hij met succes in de rol van notaris in de comédy “De Seut” en het

seizoen daarna werd het zijn eerste dubbelrol in “Bed in of Bed uit." Nadien werd hij

opnieuw gevraagd bij De Peerdestal om mee te spelen in “Blijf van mijn wijf”. Deze hilarische productie werd helaas prompt afgebroken door de eerste Corona lockdown.

Daar Jimmy reeds gedurende jaren ideeën in zijn hoofd had en deze opschreef, zonder er

verder iets mee te doen, had hij tijdens de eerste Covid19 golf de tijd en de goesting om zijn

ideeën boven te halen en er eens iets mee te doen. Zo ontstond zijn eerste theaterstuk, een

komedie, getiteld: “IETS BEKENNEN IN D’ARDENNEN."

 

José Ruysevelts

Ik studeerde secretariaat in Mechelen en begon daarna aan de lerarenopleiding te Onze Lieve Vrouw Waver. Toneelstukken schrijven is en blijft mijn passie !!! 
Het begon allemaal met een weddenschap in de toneelkring, waar ik uitgedaagd werd om een stuk te schrijven. Ik haal mijn inspiratie uit dagdagelijkse dingen. Een terrasje doen met de vrienden inspireert me. Leuke voorvalletjes en grappige woordspelingen sla ik op in een blauw kaftje. Mijn fantasie doet de rest ! Ik schrijf graag blijspelen of tragikomedies. Met een lach en een traan en een positieve kijk op het leven. Als een vereniging me laat weten dat ze een stuk gaan opvoeren, maakt mijn hart nog altijd een sprongetje... en als het enigszins kan, ga ik kijken (als het niet te ver weg is). Ik geniet ervan als het publiek volledig “mee” is en nog meer als je een speld kan horen vallen bij een aangrijpende scène. Ik hoop nog lang te schrijven. Inspiratie genoeg in mijn blauwe kaftje. 

Filip Santens

Geboren op de dag voor Sinterklaas in het jaar des heeren 1967 wat bij zijn zuster de uitspraak ontlokte: 'een broertje? ik had een pop gevraagd'- woont in Nieuwenhove. Sinds enkele jaren is hij door de toneelmicrobe gebeten. Samen met enkele vrienden collega's speelt, schrijft en regisseert hij toneel in de Burgerschool in Roeselare. Het begon daar ooit met een musical getiteld: Ridder Dikkie. Twintig leerkrachten van de Burgerschool die nog nooit toneel hadden gespeeld en niet konden zingen, lieten zich regisseren door een regisseur die nog nooit geregisseerd had, nog nooit een toneeltekst geschreven had en die op zijn eigen plechtige communie niet met de groep mocht meezingen wegens veel te vals. En toch werd het een succes.  
Sinds die memorabele eerste voorstelling volgden er in de Burgerschool nog diverse toneelopvoeringen voor en met leerlingen en leerkrachten. Intussen volgde hij een regiecursus bij Open Doek.  2011 werd een nieuwe mijlpaal voor hem.  
Hij regisseerde voor het eerst buiten zijn vertrouwde nest, meerdere gastregies in diverse amateurgezelschappen volgden. Voor theater Sellewie schreef en regisseerde hij 'Het testament van de baron'. Het ging met succes in première in oktober 2012. 
In niet-coronatijden toert hij, samen met de toneelvrienden uit de Burgerschool, het Vlaamse land rond om overal te velde zelfgeschreven moorddiners te spelen. Terwijl de gasten genieten van een maaltijd dienen ze de moordenaar te vinden onder de spelers. In vijf korte scènes wordt het verhaal ontrold. Intussen schreef hij al een achttal moorddiners. 
Beroepshalve is hij directeur van het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen 

Marc Smet

Hij is geboren op 11 januari 1952 in het Waasland te Beveren-Waas Na het lager onderwijs aan de Centrumschool in Beveren volgde hij de Latijns-Griekse Humaniora in het Sint-Teresiacollege te Eksaarde en het Sint-Lodewijkscollege te Lokeren waar hij in 1969 afstudeerde. 
Aan de universiteit te Leuven studeerde hij scheikunde en behaalde in 1973 het diploma van licentiaat scheikunde en in 1978 het doctoraat in de scheikunde. Vanaf 1978 tot eind 2012 was hij ook werkzaam aan de KULeuven waar hij hoofddocent was aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen en vooral les gaf in organische scheikunde. Hij was ook meer dan tien jaar het hoofd van het Monitoraat Ingenieurswetenschappen. Na een aantal positieve toneelervaringen in zijn collegetijd heeft het toch geduurd tot 1982 voor hij zich actief met toneel ging bezig houden. Hij sloot aan bij het Nieuw Wezemaals Toneel en speelde daar in 1982 zijn eerste productie. Sinds die periode is hij vooral actief als acteur maar sinds 1989 ook als regisseur en auteur. Tot nu toe speelde hij in ongeveer 40 verschillende producties en in tien verschillende verenigingen. Het Nieuw Wezemaals Toneel blijft hierbij steeds de thuisbasis. Sinds enkele jaren is hij er ook werkzaam als bestuurslid en Public Relations - verantwoordelijke. Alle stukken die hij tot nu toe heeft gespeeld hebben een aparte plaats in zijn hart veroverd, niet in het minst door de vele contacten met de vele acteurs en actrices, de regisseurs, de medewerkers. Voor de vertolking van Figaro in De dolste dag van Peter Turrini bij Toneel Heverlee behaalde hij in 1988 het Fiere Margriet Juweel voor de beste acteerprestatie in de Leuvense regio en in 1995 een nominatie voor dezelfde onderscheiding voor de vertolking van Niels Krögstadt in Nora, een poppenhuis van Ibsen bij de Reynaertghesellen te Leuven. Sinds het seizoen 1999-2000 is hij ook lid van de jury van het " Fiere Margriet Juweel " en ook van de "Euripides prijs" die de beste productie van het afgelopen seizoen in de leuvense regio bekroont. Sinds 1989 is hij actief als regisseur. Sedert 1990 schrijft hij ook toneelstukken. 

Pierre Tahon

In 2017 trok hij naar zijn toneelgezelschap (‘De Kunstlievende Scheldezonen’ te Zingem) met een eerste zelfgeschreven verhaal: de feel-good komedie ‘Veel Plee-zier’. Sinds 2009 is hij er acteur, maar tot ieders verrassing had hij nog veel meer in petto. 
Verhalen, creativiteit en show zijn zaken die hem altijd aangetrokken hebben. Een mooi voorbeeld hiervan is ook zijn grote passie voor de radio. Reeds ettelijke jaren presenteert hij diverse programma’s op de lokale radio. 
Zijn belangrijkste uitgangspunt bij het schrijven van een toneelverhaal: een breed publiek kunnen boeien met een avondvullend stuk van de eerste tot de laatste minuut. Verder probeert hij steeds zijn teksten naturel en eigentijds te maken, en een hoog tempo aan te houden. Momenteel heeft hij 3 toneelstukken geschreven. Zijn eerste stuk ‘Veel Plee-zier’ is qua verhaal en format vergelijkbaar met de serie ‘Friends’: 3 vrienden besluiten om samen een huis te huren en het toneelstuk volgt hen gedurende de 3 daaropvolgende, onvergetelijke jaren.  
Zijn tweede stuk is een tragikomedie: RadJo-zef. Op de lokale, katholieke radiozender RadJo-zef zenden ze voor de eerste maal een top 1000 uit gedurende de eindejaarsperiode. De 2 presentatrices pakken het vol enthousiasme aan, onder het toeziend oog van de voorzitter die tevens de pastoor van het dorp is. Maar dan geraakt schokkend wereldnieuws bekend: binnenkort kan een asteroïde inslaan op aarde met mogelijks catastrofale gevolgen. Zijn derde stuk 'Champ,' een sportdrama, verscheen eind 2020.

Luc van Balberghe

Zelf durft hij zich al eens betitelen als 'verhalenverteller.' Werkte jarenlang als journalist en directeur van een persagentschap. In een vorig leven trad hij nog op in circussen als illusionist. Zijn hele leven al staat in het teken van schrijven, én...verteller. Al ontelbare keren werden stukken van zijn hand op de planken uitgevoerd. Zo is hij heel trots op zijn tragikomedie 'Tryskyl'. Hij schreef reeds meer dan 20 toneelstukken in de meest uiteenlopende genres, en 3 romans. Zijn werken worden zeer regelmatig gespeeld, zowel in Vlaanderen als in Nederland. De belangrijkste kenmerken van zijn toneelstukken zijn, dat hij altijd vertrekt van een stevig verhaal, een lach is nooit ver weg is, maar ontroering evenmin. Zijn personages zijn geen typetjes, maar mensen van vlees en bloed met een grote herkenbaarheid. Voor zijn werk reisde hij de halve wereld rond, bestudeerde moeilijke dossiers, interviewde zowel staats- als kerkleiders, captains of industry en typische volksmensen. Deze ervaring merken we in zijn toneelwerk dat vaak een goed gedocumenteerde inkijk geeft in een wereld die velen vreemd is. Door zijn bijzondere opmerkingsgave kan hij zijn personages tot in de kleinste details levensecht laten denken en praten. 

Piet Van Compernolle 

Piet (Tielt, 17/11/71) debuteerde, begin jaren negentig, als acteur bij het ‘Tielts volkstoneel.’ Hij had de smaak meteen te pakken. Naast de traditionele producties speelde hij met deze vereniging ook kindertheater en richtte hij, samen met zijn schoonbroer, het cabaretduo ‘Les vasj kie rieken’ op. Hiermee behaalden ze de halve finale van het humorfestival ‘Humorologie.’ Ook was hij in die periode actief bij ‘Kamelot Super de Luxe,’ een knotsgekke fanfare waarmee hij het land rond trok. Na een verhuis kwam Piet bij ‘De ruyssende Lede’ terecht, een vereniging met een stevige reputatie binnen het amateurtheater. Als spelend lid won hij met deze vereniging de gouden meeuw voor de productie van ‘De Canadese muur,’ van Brusselmans en Lanoye. Toen een gevraagde regisseur verstek moest laten, kreeg Piet de vraag of hij zich aan een regie wou wagen. Met een klein hartje aanvaardde hij de opdracht. ‘Doe het zelf, neushoorn’ werd zo een succes dat Piet meer en meer aanvragen kreeg om te regisseren. Hij ging aan de slag bij verschillende verenigingen. Voor één van die verenigingen, ‘Theater Dakwerken,’ maakte hij, samen met zijn zus Severine, een bewerking van de langspeelfilm ‘Iedereen Beroemd.’ Daar kreeg hij de smaak van het schrijven te pakken. Door een te drukke agenda kwam het er echter niet van. Toen Severine en Piet een paar jaar later de vraag kregen om de ‘Tieltse revue’ neer te pennen,wakkerde het vuur weer aan. Voor het werkjaar 2019-2020 klopte ‘De ruyssende Lede’ aan bij Piet om een blijspel te regisseren. Toen Piet opperde dat hij wel enkele ideeën op zijn computer had staan, was het bestuur van de vereniging zo enthousiast dat Piet wel aan de slag moest. Na maanden schrijven, schrappen, herschrijven, werd ‘De doorlichting’ geboren en ging het stuk in februari 2020 in première. Het werd een overdonderend succes waardoor Piet verder aan de slag ging met de ideetjes die hij door de jaren heen verzamelde. ‘Wie schrijft, die blijft’ is zijn tweede avondvullend stuk. ‘Bernard,’ zijn eerste monoloog, gaat in het najaar van 2021 in première en ‘de strijkcentrale,’ een stuk dat hij samen met zijn zus aan het schrijven is, komt in maart 2022 op de planken. 

Severine Van Compernolle

Geboren 11/03/1977 Schuiferskapelle (Tielt). 

Ik heb altijd graag geschreven.  Als kind al schreef ik heel graag allerlei verhaaltjes, samen met mijn klasvriendin Ruthje. Met onze mooiste vulpen op van die grijze gerecycleerde blaadjes.  Boeken hebben we zo samen geschreven, vakkundig samengehouden met een touwtje of enkele nietjes.  We konden er onze rijke fantasie in kwijt en droomden van een leven als verhalenschrijfsters… 

Maar zo simpel gaat het allemaal niet en dat schrijven geraakte zowat op de achtergrond. Uitgezonderd de verhalende kaders voor de zomerkampen van de KSA en wat puberpoëzie, kwam er niets meer op papier. Het was ergens begin de jaren 2000 dat het amateurtheater toevallig op mijn pad kwam.  Het begon, zoals voor zovelen waarschijnlijk, met een figurantenrolletje bij de plaatselijke toneelvereniging.  Soms is er niet veel nodig om iets moois in gang te zetten.  De liefde voor theater was geboren en groeide…  De kansen die ik kreeg nam ik met dankbaarheid aan en zo mocht ik naast acteren gaandeweg ook al eens regisseren en theaterstukken schrijven, in opdracht van ‘Theater Dakwerken.’  Stukken met een bepaalde gevoeligheid (‘Romeo en Romeo’ en ‘Kloven’) maar ook heel luchtige dingen zoals de revue voor stad Tielt, theaterwandelingen, voordeurtheater en kindertheater met livemuziek.  Vanuit dit kindertheater ontstond ‘de schorriemorrieband’ waarvoor ik het verhaal van hun luister-cd ‘Welkom in Schorriemorrieland’ mocht schrijven.  

Ik heb altijd graag geschreven, maar ik ben ook verwend.  Ik weet mij immers vaak omringd door mensen die mijn creativiteit weten aan te wakkeren.  Zo mocht ik al meermaals met mijn broer, Piet Van Compernolle, samenwerken, schrijven en regisseren.  Zalig om te doen.  

In de ervaren Geert Vermeersch (vermoedelijk op het podium geboren), vonden we onze mentor en derde musketier.  In het vreemde coronajaar 2020 besloten we om onze schrijfsels te gaan bundelen onder de naam ‘Schrijverij Blabla.’ 

Luc Van den Briele

Werd geboren te Ieper op 8 mei 1930. Hij is gegradueerde in bibliotheconomische en bibliografische wetenschappen (Bibliotheekschool Brussel). Hij beëindigde zijn studies met het proefschrift “Analytische bibliografie van en over Lode Zielens” (1952). 
Hij was medeoprichter en hoofdredacteur van de bibliotheektijdschriften Het Trefwoord en Boek en Bibliotheek; van 1979 tot 2007 was hij hoofdredacteur van het aan ex libriskunst gewijde tijdschrift Graphia, dat vanaf het jaar 2000 verscheen onder de titel Boekmerk. Hij was ook medewerker aan de Bio-bibliographical Encyclopaedia of Ex-libris art (uitgegeven in Portugal) en aan Amerikaanse, Deense, Duitse, Engelse, Finse, Italiaanse, Nederlandse, 
Portugese, Roemeense, Servische, Spaanse en Turkse tijdschriften en jaarboeken met vooral bijdragen over Vlaamse en Europese ex libriskunst.
Hij schreef enkele honderden bijdragen over bibliotheconomie, literatuur en grafische kunsten; zijn vele boekbesprekingen zijn vooral gewijd aan publicaties over geschiedenis en kunst.
Tussen 1958 en 2020 schreef hij 45 toneel- en hoorspelen. Hij ontving prijzen voor hoorspelen in de BRT- wedstrijden 1976 en 1980, in de BRT-wedstrijd voor jeugdhoorspelen van 1981; in 1981 ontving hij ook de prijs van de VVT (Vlaamse Toneel Auteurs) voor schooltoneel. Eervolle vermeldingen werden hem toegekend in de Visser-Neerlandiaprijs voor toneel (1980) en voor televisiespelen (1982), in de VVT-prijs voor minidrama (1981) en de West-Vlaamse Provinciale Prijs voor Letterkunde (1982, 1994 en 2010). In 1994 werd hem de Literaire Reinaert en Canteclaerprijs van de stad Deinze toegekend voor een kort verhaal over Reinaert de Vos en Canteclaer. In 2009 kreeg hij de literaire Hendrik Prijs-prijs van de stad Sint-Truiden voor het verhaal De Dahlia’s. In 2017 werden zijn verhalen gebundeld in het boek De kraaien en andere verhalen (een IEB-uitgave van Create my Books). De novelle Uitwas – een afscheid (een IEB-uitgave van Create my Books) verscheen in 2020.

Willy Van Gestel

Om het zwarte gat van op rust zijn te bezweren viel deze auteur terug op wat hem in zijn jeugdjaren vreugde schonk: kinderverhaaltjes verzinnen, gedichten schrijven voor zijn lief en die ook nog mogen opvoeren voor een volle gemeentelijke feestzaal en toneeltjes schrijven voor de plaatselijke jeugdbeweging van Mol. 
Tijdens zijn professionele leven bleef hiervoor geen tijd want geloof het of niet hij stond in het onderwijs. Al even ongeloofwaardig bouwde hij daar een hele carrière uit van praktijkleraar letterzetten in een beroepsafdeling, over theorieleraar informatica in het technisch onderwijs tot hoofdlector grafische IT aan de Arteveldehogeschool in Gent. 
Zoals hij zich in een snel evolueerde informaticawereld constant bijschoolde om degelijk onderwijs te bieden deed hij hetzelfde toen hij zich, na zijn onderwijsopdracht, op toneelschrijven ging toeleggen. Hij volgde een schrijfcursus bij Peter Perceval en samen met zijn medecursisten stichtte hij een schrijverscollectief. Bij Creatief Schrijven volgde hij een aantal toneelschrijfcursussen waar hij theaterdocent en dramaturg Daan Pleumeekers leerde kennen. Onder begeleiding van Daan herwerkte hij zijn eerste toneeltekst ‘De madonna en de hoer’ naar ‘Joris en Jorien’. Dit stuk kende op 23 november 2019 onder regie van Karel Pauwels bij Koninklijke Toneelgilde Hoger Op Aalst voor een uitverkochte zaal een succesvolle première. ‘Joris en Jorien’ is ook vertaald naar het Fries door Roel Van Nijen. Van Hanif Kureishi, een van de vijf bekendste filmscenaristen uit het Verenigd Koninkrijk, kreeg hij toestemming om een adaptatie voor toneel te maken van de film ‘Venus’ welke een Golden Globe won met Peter O’Toole (Lawrence of Arabië) in de hoofdrol. In opdracht van regisseur Rik Alliet en in samenwerking met drie acteurs, waaronder Rik, schreef hij ‘3 HONDEN’. 
Jan Verleysen die meespeelde in ‘Joris en Jorien’ verwoordt goed wat de schrijver nastreeft met zijn stukken: ‘Dit is een toneelstuk waar een acteur naar verlangt maar helaas nauwelijks voorgeschoteld krijgt. Het brengt de werkelijke persoonlijkheid van een mens naar boven en ontroert. Echte emotie waarbij het publiek aan je lippen hangt in een geslaagde mix van humor en tragiek. Julien Schoenaerts zei ooit: ‘Theater laat geen realiteit zien, maar toont wat er achter die realiteit is’ en deze quote past perfect bij deze auteur. 

Eddy Van Ginckel

Na zijn toneelopleiding werkte hij aanvankelijk als presentator voor de radio, alvorens te kiezen voor een loopbaan als acteur. In 1988 richtte hij zijn eigen theatergezelschap op, dat hij leidde tot 2003 en waarvoor hij vijf stukken per seizoen schreef. Een tachtigtal toneelwerken vloeiden uit zijn pen, o.a. ‘De Kuren van Verschueren,’ ‘De Geburen van Verschueren,’ ‘Miseiro in Rio de Janeiro,’ ‘Ambras Op De Matras,’ ‘Julien, Julienne,' 'De Bus,' en 'Is Mijn Gat Niet Te Dik?' Een aantal van zijn stukken worden ook gespeeld in Nederland, Duitsland, Turkije en de V.S. Naast het toneelwerk schreef hij honderden cursiefjes die werden gepubliceerd in tijdschriften en vakbladen en waarmee hij laureaat werd van een wedstrijd ingericht door de Vereniging voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren. De auteur publiceerde ook drie romans. Sinds zijn hechte vriendschap met Ron Aldridge, een bekende auteur/acteur/regisseur in West-End London, is hij de vaste vertaler van diens successtukken. Momenteel is hij aan de slag bij Paljas Producties, een reizend professioneel gezelschap, waarvoor hij intussen vier stukken schreef.

Nine Van Haute

Geboren en opgegroeid in hartje Antwerpen, kwam Nine uiteindelijk in Hoeven terecht, waar haar toneelervaring begon. Haar toneeldebuut, als actrice, begon in de plaatselijke toneelkring Truffaldino. Nine schreef haar eerste theaterwerk “Vijgen na Pasen” en na de opvoeringen in eigen dorp begon het stuk heel Vlaanderen rond te reizen. 
Ze volgde 3 jaar regie met als eindwerk: “Hedda Gabler“ van Henrik Ibsen. 
Sinds 35 jaar is Nine actief als regisseur met 2 regies per jaar in diverse groepen. Bijscholingen volgden elkaar op, zoals gevechtstechnieken voor theater, acteren, dramaturgie, schrijven en bewerken van stukken, en scenarioschrijven. 
De inspiratie alom aanwezig, zorgde ervoor dat er tal van toneelwerken uit de computer rolden. Een drama, komedies, tragikomedies, sprookjes voor kinderen, monologen, wagenspelen, eenakters enz. werden aan de theatergezelschappen aangeboden. 
Onder andere: “Koppelbazen”, “ Kruimels” en “ De enige echte en onvervalste realityshow”, kennen momenteel veel bijval in Vlaanderen. 
“De Euro Millions winnaar” is vers van de pers en wacht nog op een creatie. 
Iedereen die bezig is met theater maken, weet dat theater een passie is en die raak je nooit meer kwijt. 

Herwig Van Landuyt

Geboren in 1939. Als “geboren tolk” leek zijn bed gemaakt bij de Europese Unie, niet dus! ( “Les délégués sont des hommes et ils préfèrent des voix de femmes”.) Logisch toch...tenzij je de inhoud hoger inschat dan de klank. En zo werd Dun & Bradstreet zijn eerste en laatste werkgever. Hij was er in de eerste plaats redacteur. Niet voor lang, al na 14 maanden hield hij het er voor bekeken om zijn eigen weg te gaan als bedrijfsleider, fabrikant en groot- en kleinhandelaar van nepjuwelen. Dat hield hij meer dan vijftig jaar vol. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan en zo begon hij zijn eerste toneelteksten te schrijven. 
Dat zijn vader, die hij niet heeft gekend, bijzonder actief is geweest op toneelgebied is hij maar bij toeval te weten gekomen toen hij al de zestig voorbij was. Je bent nooit te oud om iets over je ouders te leren of er over te weten te komen. 

Roger Van Ransbeek

(Brussel 1936) begon in de jaren ’70, naast zijn loopbaan als marineofficier, met het schrijven van originele scenario’s voor tv-films. 
Na als scenarist te hebben meegewerkt aan de serie “Magellaan” in 1971, schreef hij twee afleveringen van de tv-reeks “Tussen wal en schip” en meerdere scenario’s voor “Made in Vlaanderen” zoals: ‘Jonas de Walvisvaarder’, ‘Het testament’, ‘Er was eens in december’ (prijs van de Vlaamse Radio en TV-critici 1978), ‘Place St. Cathérine’ (naar aanleiding van 1000 jaar Brussel in 1979), ‘Het gat in de muur’, de driedelige reeks ‘Wacht tot hij opbelt’ in 1985, de vierdelige reeks ‘De dwaling’ in 1987, ‘Bles’ in 1995 e.a. Meerdere van deze tv-films kwamen in het buitenland op het scherm, o.m. in Nederland, Noorwegen, Zweden, Duitsland, Hongarije, Zuid-Afrika en Australië. De BRT (VRT) zond een 
aantal van deze realisaties in voor de tv-festivals van Monte Carlo en de Prix Italia. 
In de jaren ’80 ging hij voor het toneel schrijven. Tot nu toe schreef hij meer dan dertig toneelstukken waaronder: ‘De Schuldvraag’ door KNS Antwerpen in 1987, ‘The Beatles Forever’ door het NVT en in Duitse vertaling door het Staatstheater Braunschweig en ZDF-tv in 1990, ‘Hakkelgaren’ (eveneens in het Duits vertaald) in 1999-2000 door het Raamtheater Antwerpen, ‘Psst’ en “Hals over Kop” door Johny Voners en Janine Bischops (2002-2006), ‘Is daar iemand?’ door Dirk Lavrysen (TAS) in 2011, Walsen op de Waterlijn in TAS in 2013 e.a. In het amateurtheater worden zijn stukken vaak opgevoerd. In Mechelen bij TSG, TDM, De Peoene en het MVT; Noordtheater Antwerpen; Streven Mortsel; Merchtems Volkstheater e.a. Hij was vele jaren voorzitter van de ‘Vereniging van Vlaamse Toneelauteurs’ en van Dramaastricht’. In 1986 trad hij toe tot de Raad van Bestuur van SABAM. Van 1998 tot en met 2006 was hij er gedelegeerd bestuurder. In 1979 ontving hij de Sabamprijs voor televisie. In 2009 kreeg hij voor ‘Is daar iemand?’ de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor een toneelstuk, tv- of radiospel. In 2011 ontving hij De Muze van SABAM. 

Mieke Verbelen

Theaterauteur - Scenariste – Creatieveling. Geboren op 4 juni 1957.

Dat ik schrijfster wou worden, wist ik van zodra ik het alfabet onder de knie had en mijn eerste verhaaltje schreef. En omdat ik graag tekende, zou ik zelf de illustraties verzorgen. Zo! Dat was beslist!

Eerst een diploma halen. Regentaat Plastische Kunsten. Met die illustraties komt het dus wel goed. En dat schrijven? Blijven oefenen. Blijven doen. Sprookjes, gedichten, jonge-meiden-boeken voor de klasgenoten.

Afgestudeerd en aan de slag. Eerste jobs: Als grafische vormgeefster illustraties en cartoons verzorgen. Een cursiefje schrijven. Een artikel schrijven. Contacten leggen.

En dan Ronny Waterschoot ontmoeten. Hij gaf mij een eerste opdracht voor theater. Een musical voor kinderen. De microbe beet. En ’t jeukt nog steeds.

Met Ronny ben ik getrouwd. Het stapeltje toneelstukken groeide. Drama’s, komedies, eenakters, monologen, jeugdtheater Ik blijf nieuwe manieren uitproberen om mijn verhaal te vertellen.

Mijn eerste theaterstukken waren de springplank om scenario’s voor “Familie” te schrijven. Dat heb ik 18 jaar met veel plezier gedaan. Van aflevering 413 tot 4986. Daarnaast ook geschreven voor “FC de Kampioenen”, telenovelle “Emma”, “Vennebos”, jeugdreeksen “Skilz” en “Arno’s dinoclub”, ontbijtprogramma’s, jeugdjournaals, scripted reality “De Kliniek” en “De Buurtpolitie.”

Ligt het tekenen dan stil? Nee hoor. Met veel goesting weer bezig met tekenen en schilderen en het maken van juweeltjes, mozaïeken, keramiek. Het stopt niet. En zo is het goed.

Geert Vermeersch

13/06/1961, Tielt. 

In de jaren 80 was Geert onderwijzer en schreef hij zijn eerste kindermusicals: Piraten en Ridders. In 2000 kwam er nog een derde bij: Tempoesfoejiet. Toen was hij al aan de slag bij de VRT. Daar was hij achtereenvolgens als assistent regisseur en later als producer betrokken bij reeksen als: Buiten De Zone, Windkracht 10, Flikken, Halleluja, Urbain, Sedes & Belli en de bioscoopfilm Max. In die jaren  volgde hij ook een masterclass van 3 dagen in Londen 'Story' bij Robert McKee, volgde hij een week lang de 'writers room' van 'Everybody Loves Raymond' in Los Angeles, en had meerdere masterclasses in eigen land met John Vorhaus (Married with Children), schrijver van onder andere: The Comic Toolbox en Creativity rules. In 2022 rondt Geert  zijn carrière bij de openbare omroep af. De laatste jaren kon hij er als spotmaker van Klara bij zijn grote liefde doorbrengen: de klassieke muziek. Geert acteert en zingt en heeft sedert 2015 al in vier  mooie musicalproducties gestaan: De Toverfluit, Jan Zonder Vrees, Het ei van Oom Trotter en De Drie Musketiers. In 2015 won hij ook de Gouden Meeuw provincie West-Vlaanderen voor zijn vertolking in 'De Goede Dood.'  Als schrijver voelt hij zich het best bij musical. Ondertussen zijn er nog een kindermusical en een volwassen musical bij zijn repertoire gekomen.  Bij VTA kan hij met zijn fictie-ervaring en opleidingen  ook zijn diensten aanbieden als script-editor en script-doctor. Een rol die hij ook op zich neemt bij Schrijverij BlaBla

Fons Vinck

Geboren op 3 maart 1939 en getogen te Aalst. Volgde 3 jaar regiecursus bij het ICVA te Gent. Speelde mee in meer dan 100 rollen waaronder:

'Reinaert De Vos' en tal van andere genres. Tijdens zijn jeugdjaren speelde hij ook bij Hoger-op heel wat stukken, zoals 'Knecht van twee meesters' en kreeg er tal van andere uitdagingen. Hier leerde hij voor een groot stuk regisseren onder leiding van

Louis Pauwels. Hij regisseerde meer dan 100 toneelstukken, zoals:

'Veel  geluk,professor' (musical), 'Glazen speelgoed' , 'Cactusbloem' , 'De lege cel ,'
'Het dagboek van Anne Frank'. Schreef reeds 99 stukken

Verder schrijver en regisseur van 'Klank- & Lichtspelen'.



Hilda Vleugels

Op school haalde ze meestal een "zeer goed" voor opstellen. Ze was altijd klaar voor een guitenstreek. En ze had een vader die als ‘Vader Kapoen’ met zijn poppenkast en sprekende pop in heel het Vlaamse land kinderen entertainde. De basis voor een humoristische pen was er van jongs af. Toch zou het nog een hele tijd duren voor ze komedies begon te schrijven. 
In 1990 sloot ze aan bij een toneelgroep. Haar eerste stuk, De geest van Toetekome, was meteen een schot in de roos. Het behaalde de Frans Cools Toneelprijs 1993-1994. 
Er volgden nog meer prijzen. In 1999 sleepte de groep Sotos van Schoten met "Satans vuile was" de zilveren medaille FVST Festival Armand Coenen 1999-2000 in de wacht. De Engelse vertaling van "Het nut van koffieprut" behaalde een eervolle plaats bij de 10 genomineerden in de George Kernodle New Play Competition 1999 in Arkansas (USA). 
In 2010 zette Hilda het toneelschrijven even on hold voor een andere humoristische aangelegenheid. Ze speelde mee in het tv-programma dat in november 2011 een Emmy Award won: De Benidorm Bastards. Het was een amusant zijsprongetje dat recht evenredig liep met de zin voor humor die je in haar komedies terugvindt. Na de opnames van de Benidorm Bastards kroop ze weer in de pen. "Ave René," "Terrasje doen,"
"Rot op gast," "Kookmoeders" en "Plasje doen?" waren de daaropvolgende komedies.  

Ingrid Vloemans

Ingrid Vloemans werd geboren te Ieper in 1946. Ze heeft een zoon, die in Los Angeles woont. Na een opleiding aan de normaalschool ging ze eerst 18 jaar werken als etalagiste voor een firma met kledingwinkels over heel België.

Op haar 38ste stapte ze in het onderwijs. Eerst als kleuterleidster, later als zorgcoördinator voor kleuter- en lagere school, waar ze werkzaam bleef tot haar 60ste verjaardag.

Haar eerste lyrische werken zijn gestart in het begin van de jaren ’90 met liederteksten, o.a. ‘Hopeloos en verloren,’ op muziek van Wolfgang Amadeus Mozart en gezongen door Dana Winner.

In 1990 is ze begonnen met het schrijven van toneelstukken, ondertussen een viertal avondvullende werken en meerdere sketches (ook voor tv) en monologen. Twee van haar stukken werden in het Duits vertaald en aldaar gespeeld. Als (tweede) hobby schilderde ze portretten in aquarel, om later lid te worden van kunstkring ‘Maandagatelier’ en vanaf dan te schilderen in olieverf.

Ronny Waterschoot

Geboren op 9 maart 1946 in Sint-Niklaas.

Studies: Studio Herman Teirlinck (afgestudeerd in 1969)

Loopbaan:

- productieleider en acteur bij Brussels Kamertoneel

- verbonden aan KVS-Brussel van 1969 tot 1994

- verschillende luisterspelen

- De Opkopers, een jeugdserie van VRT, regie + rol van Agent Boeikens      Nr.1 van Voddegem

- Merlina: agent Boeikens

- medewerker programma’s van Jef Cassiers

- medestichter Playerwatercompagnie in Kapelle op den Bos

- acteur en regisseur bij Paco-Theater van 2005 tot .....

Speelfilm:

- Brussels by Night, Wildschut, De Leeuw Van Vlaanderen, Het Gezin van Pamel, Ad Fundum, Boerenpsalm

Televisie:

- Kapitein Zeppos, Fabian Van Fallada, Keromar, Rubens, schilder en diplomaat, Geschiedenis mijner jeugd, Mijn papa mama, Moordterras, De grijze man, Het park (rol: Aramis), Niet voor Publicatie, Mega Mindy, Matroesjka’s, Witse, Aspe, Familie (rol: Didier De Kunst)

- acteursbegeleiding Familie van 1994 tot 2005

- opstarten series: Slisse en Cesar, Spoed, Vennebos, Affaires de Famille, Zone Stad, Lebbegem.

Karl Wauters

Karl Wauters uit Schriek Grootlo werd in 1985 lid van de plaatselijke toneelkring.

Dit na lang aandringen aan den toog bij Café “De Vitesse Duif”.
Zijn toneelcarrière startte dus in een dorpsherberg.
Zijn eerste (kleine) rol speelde hij in “Ketchup en Sangria”.
Na dit optreden was hij volledig verkocht en met de jaren werd zijn liefde voor theater groter en groter. Hij was meermaals bestuurslid van de toneelgroep waaronder 11 jaar voorzitter. Als acteur houdt hij de beste herinneringen aan “Drinken de goden duvel” – “Het vrolijke weerhaantje” - “De Bemoeial” en “Een vreemde luis in huis."

In 1993 probeerde hij het als regisseur van een eenakter. Ondertussen heeft hij al vele malen op de regisseursstoel plaats genomen voor diverse verenigingen.

In 2001 begon Karl ook toneelstukken te schrijven. Hij zat in een leescomité en vond niet wat hij graag wou vinden. Dus kroop hij zelf in de pen en ondervond dat het niet eenvoudig was om een toneelstuk te schrijven. “Bij Cesar de Castaar” werd zijn eerste werk.
Andere gekende toneelstukken zijn “Chaos in Rhodos” en “Kater Zoekt Poes”.

In totaal schreef hij 7 avondvullende stukken, 8 eenakters en 25 sketches bij elkaar. Zijn nieuwste werk verscheen eind november 2019.

In 2006 richtte hij zijn eigen groep “Kapel Theater” op. Deze groep speelt enkel kleine toneelstukjes. (Ze zijn elk jaar te bewonderen op het Festival van de Kempen)

In 2010 werd hij penningmeester van VTA (Vlaamse Toneel Auteurs) 

Sinds mei 2019 is hij ook de beheerder van de digitale uitleendienst van VTA.

Tot slot vermelden we nog even dat Karl nog een andere grote passie heeft.
Hij is namelijk Rock en Metal dj bij een internet radio.